Position paper
Visie: Technische hbo onmisbaar voor Nationale Technologiestrategie (NTS)
Introductie
Introductie
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft een hoofdtaak in het versterken en versnellen van de Nederlandse innovatiekracht en duurzaam verdienvermogen. Via de Nationale Technologiestrategie (NTS) identificeert EZK tien prioritaire sleuteltechnologieën waarop Nederland extra focus legt om internationale concurrentiekracht te behouden en control points van onze hightech maakindustrie te koesteren. Het doel is daarbij om die bedrijfsactiviteiten in Nederland te ontwikkelen of behouden die cruciaal zijn voor het Nederlandse verdienvermogen, de energietransitie, de autonomie en concurrentiepositie van de Nederlandse (hightech) maakindustrie-clusters. Het technische hbo speelt al jaren een essentiële rol in deze strategie.
Deze sleuteltechnologieën vormen de basis voor de innovatie- en groeikracht van de strategische groeisectoren zoals door EZK aangewezen in de Kamerbrief “Wie niet kiest verliest” en het Missiegedreven Innovatiebeleid (MIB). Ook de ROMs onderkennen het belang van de sleuteltechnologieën en hebben in het Regionaal Versterkingsplan NTS veertien essentiële waardeketens beschreven waaraan de sleuteltechnologieën bijdragen Het betreft onder meer de HTSM-sector, chemie, life sciences and health, energie en agro-food.
Ecosystemen voor toepassing en ontwikkeling van sleuteltechnologieën
Onder deze clusters, sectoren en waardeketens liggen overlappende ecosystemen van bedrijven en instanties met elk hun eigen rollen. Het Regionale Versterkingsplan NTS van de Nederlandse ROMs beschrijft dit ecosysteem per waardeketen met een waardecreatiemodel:
Figuur: Het waardecreatiemodel in Regionaal Versterkingsplan NTS: “Van technologie naar waarde in groeimarkten; Verantwoording: uitgangspunten, achtergronden en methodes”, 10 september 2025, ROM Nederland.
Traditioneel wordt het hbo enkel gezien als leverancier van kennis en talent, door praktijkonderzoek en met curriculaire en praktijkopleidingen. Maar de rol is al veel breder door actieve deelname in netwerken en regionale agendering, en door een laagdrempelig aanspreek- en knooppunt te zijn voor het MKB.
Er zijn veel formats waarlangs het hbo deze rollen kan vervullen. Praktijkgericht onderzoek en masterclasses verspreiden kennis nationaal, regionaal en thematisch. Via prototypes, pilots, evaluaties, innovatielabs, Centres of Expertise, Lectorenplatformen, SPRONG-groepen, Digitale werkplaatsen, (field) labs en Learning Communities realiseren hogescholen projecten op korte termijn, flexibel en toegankelijk. Daarvoor wordt met bedrijfs- en onderzoeksfinanciering, ook fysieke infrastructuur voor startups en scale-ups (opschaling) gebouwd. In de bijlage geven we een kort overzicht van enkele tientallen recente projecten, uitgesplitst naar de verschillende sleuteltechnologieën.
Hogescholen passen graag hun rol en meerwaarde aan op de verschillende bedrijfstypen, in lijn met de prioriteiten van EZK en ROMs, bijvoorbeeld:
Mkb en grootbedrijven: praktijkgerichte oplossingen, kennisstapeling van WO naar mbo, betaalbare en flexibele samenwerking via studenten, lectoraten en PPS-constructies;
Start-ups: toegang tot infrastructuur, prototyping, validatie en netwerken;
(Semi)publieke partijen: maatschappelijke innovatie in zorg, veiligheid en gemeenten.
Het technische hbo speelt zo drie essentiële en unieke rollen in het versterken van deze ecosystemen: innovatieversneller, talentontwikkelaar en verbinder.
Innovatieversneller
Het praktijkgericht onderzoek is in de laatste tien jaar sterk gegroeid. In tien jaar tijd is het aantal bediende bedrijven vertienvoudigd, terwijl de onderzoeksbudgetten slechts verdubbelden. Dit toont het hoge rendement van investeringen in praktijkgericht onderzoek (bron: Birch). Het draagt meetbaar bij aan de versnelling van innovatie bij bedrijven en organisaties – van mkb en grootbedrijven tot (semi)publieke partijen en de realisatie van de KIAs van het MIB. Het hbo-onderzoek is praktijkgericht en vraag-gestuurd, kenmerkt zich door toegepaste, nauwe samenwerking met partners en korte cycli, en integreert nieuwste wetenschappelijke inzichten om innovaties naar hogere TRL te brengen – essentieel voor adoptie en inbedding van technologie in de praktijk.
Op basis van een kwantitatieve analyse van 20.000 (subsidie)projecten in de periode 2015-2024 concludeert onderzoeksbureau Birch in april 2026 dat hogescholen zich hebben ontwikkeld tot “sterk verbonden spelers”. Speciaal binnen netwerken rond nationale projecten zijn zij de meest centrale partij met een bereik van 65% in 2024. Er is een groot verschil in typen organisaties die hogescholen en universiteiten bereiken met hun onderzoek: universiteiten werken veelal samen met andere universiteiten en buitenlandse partijen, hogescholen juist met bedrijven. Doordat universiteiten uiteindelijk met meer partijen samenwerken trekt dit de score uiteindelijk gelijk: van Nederlandse bedrijven werkt in 2024 18% samen met HBO, 20% met universiteiten en 39% met beide. Als het gaat om valorisatie van kennis naar het innoverende bedrijfsleven zijn hogescholen dus gelijkwaardig met universiteiten. Daarbij is het HBO vrij exclusief dé R&D partner van het innoverende MKB, inclusief startups, met een sterke verankering in de regio. In tien jaar tijd is het aantal bediende bedrijven zodoende vertienvoudigd – overigens tegen slechts een verdubbeling van de onderzoeksbudgetten.
Om de ambities van EZK te realiseren – een sterk duurzaam verdienvermogen, snellere valorisatie van technologie en behoud van strategische control points in kritieke waardeketens – is het essentieel dat sleuteltechnologieën uit de NTS snel worden ingepast in concrete innovaties. Hogescholen fungeren hierbij als innovatieversnellers: zij combineren de NTS-technologieën in toepasbare systeemoplossingen en zorgen voor de cruciale toepassing van kennis in markt en maatschappij.
In een recente bijeenkomst van het Rathenau Instituut “Hoe ontwikkelt Nederland waardevolle sleuteltechnologieën?” (2 april 2026), kwam naar voren dat succesvolle technologieontwikkeling afhankelijk is van integraliteit, snelheid én maatschappelijke inbedding. Rathenau pleit expliciet voor een onderzoeksnarratief dat vertrekt vanuit de maatschappelijke innovatie-opgave, waarin innovatie niet identiek is aan technologieontwikkeling en waarbij technologie-ontwikkeling niet geïsoleerd van de praktijk in een “fundamentele” omgeving plaatsvindt. Er werd gepleit voor professionalisering van interdisciplinaire samenwerking en voor vroegtijdige maatschappelijke inbedding van technologische ontwikkeling. Het technische hbo vervult precies deze rollen: het verbindt disciplines, tilt technologie naar de praktijk en zorgt voor concrete inbedding bij bedrijven en (semi)publieke organisaties.
Hogescholen beschikken over fundamentele kennis van de NTS-sleuteltechnologieën, zonder curiosity-driven onderzoek te doen, en tillen deze naar hogere Technology Readiness Levels (TRL). Dit maakt ze uniek geschikt om kennis beschikbaar én toepasbaar te maken voor het bedrijfsleven – juist waar adoptie stokt. Innovatie landt niet vanzelf, en praktijkgericht onderzoek vult precies het gat door te testen wat werkt bij mkb, grootbedrijven, zorginstellingen of gemeenten met beperkte capaciteit of expertise.
Talentontwikkelaar
Het behoud of de uitbouw van de control points in de NTS staat of valt met de beschikbaarheid van talent. Een hoogopgeleide praktisch geschoolde beroepsbevolking is een essentiële vestigingsvoorwaarde voor Nederlandse en buitenlande hightech-bedrijven.
Hogescholen zijn de opleider van tienduizenden studenten in techniek – in studiejaar 2025/’26 bedroeg de instroom ca. 21.000 eerstejaars (een daling van 7,5 % ten opzichte van het voorgaande jaar, wat zorgelijk is in het licht van de opgaven). Deze studenten zijn niet alleen technisch geschoold, maar werken tijdens hun opleiding aan complexe maatschappelijke vraagstukken in multidisciplinaire teams, onder strakke tijdsdruk: vaak in 20 weken van vrijwel nul naar een bruikbare bijdrage. Dit maakt hen goed toegerust om incomplete kennis te accepteren en praktische beslissingen te nemen.
Een urgent knelpunt is de dalende instroom in technische opleidingen. Hogescholen kunnen hierin een belangrijke rol spelen door aantrekkelijk, praktijkgericht en maatschappelijk relevant onderwijs aan te bieden, de samenwerking met vmbo, havo en mbo te intensiveren en gerichte voorlichtings- en oriëntatieprogramma’s te ontwikkelen om meer jongeren én zij-instromers te interesseren voor technische studies en beroepen.
In lijn met de Human Capital Agenda (HCA) en Leven Lang Ontwikkelen (LLO) leveren hogescholen het talent – de professionals van morgen én vandaag – dat essentieel is voor HTSM, groeisectoren en het bredere missiegedreven beleid. Hogescholen leiden studenten op in technologie en engineering, met vaardigheden om technische innovaties te identificeren, ontwerpen, realiseren, marktanalyses uit te voeren, projectmanagement te beheren en data te analyseren. Deze “well-rounded” afgestudeerden vormen de basis voor groei in de sector.
Praktijkgericht onderzoek verrijkt het onderwijs: het maakt studenten bekend met multidisciplinaire ideeën, methoden en denkwijzen die het curriculum verbreden. Onderzoeksagenda’s geven richting aan onderwijsprogramma’s, gedeelde labs worden gebruikt voor onderzoek, onderwijs en validatie, en nieuwe projecten met bedrijven houden het onderwijs fris en actueel – inclusief snelle, applied professionalisering van docenten. Samenwerkingen met bedrijven zorgt voor curriculumvernieuwing, stages, afstudeeropdrachten en projecten. Dit sluit naadloos aan bij talentprogrammering in groeisectoren en LLO-proposities voor om- en bijscholing in een tijd van digitalisering, klimaatverandering en geopolitieke verschuivingen.
Verbinder in ecosystemen
Hogescholen spelen een verbindende en regisserende rol in de NTS-waardeketens: als netwerkfacilitator, kennisdeler en katalysator. Ze koppelen mkb-bedrijven en (semi)publieke organisaties aan kennisinstellingen, ROM’s, grootbedrijven en andere ecosysteempartners en creëren zo bruisende regionale hotspots voor innovatie – vaak in samenwerking met ROM’s en met een concentratie van test- en opschalingsfaciliteiten. Zie bijv. Perron038, maintenance lab HvA, Brainport cluster, TechValley, en Waterstof proeffabriek Hanze.
Uit een analyse van ruim 20.000 subsidieprojecten (2015-2024) blijkt zelfs dat hogescholen zich hebben ontwikkeld tot de meest centrale spelers in nationale innovatienetwerken (65% bereik in 2024). Waar universiteiten vooral met andere kennisinstellingen en buitenlandse partners samenwerken, verbinden hogescholen zich intensief met het Nederlandse bedrijfsleven – met name het mkb, scale-ups en startups. In 2024 werkte 18% van de innovatieve bedrijven samen met het hbo, 20% met universiteiten en 39% met beide. Dit maakt het technische hbo gelijkwaardig aan het wo als valorisatiepartner, maar uniek als laagdrempelige R&D-partner voor het regionale en midden- en kleinbedrijf. (@@@ ref Birch)
Hogescholen vervullen een brugfunctie tussen universiteiten (voornamelijk curiosity-driven) en mbo (voornamelijk deployment-driven), terwijl het hbo solutions-driven opereert. Veel bedrijven, met name in het mkb, ervaren de uitdaging dat ze onvoldoende zicht en toegang hebben tot mid- en laag-TRL technologieën uit de NTS. Het hbo neemt deze barrière weg door als solutions-driven partner deze technologieën naar hogere TRL te tillen en ze laagdrempelig toepasbaar te maken voor het bedrijfsleven en (semi)publieke organisaties.
Kortom: drie unieke meerwaarden
Het technische hbo biedt als innovator, talentontwikkelaar en verbinder een unieke combinatie van snelheid, praktijkgerichtheid en regionale verankering. Het vertaalt complexe NTS-technologieën naar maakbare oplossingen, ontwikkelt het benodigde talent en verbindt mkb, grootbedrijven, ROM’s en (semi)publieke partijen in werkende ecosystemen. De concrete meerwaarde voor Nederlandse bedrijven is zichtbaar in kortere time-to-market, betaalbare prototypes en pilots, en succesvolle opschaling.
Om de ambities van de NTS waar te maken, vragen wij EZK het hbo expliciet te prioriteren in de uitvoering, de systeembenadering te versterken, subsidie-instrumenten zodanig in te richten dat laagdrempelige, flexibele samenwerking met het bedrijfsleven mogelijk wordt en vooral te investeren in opschaalfaciliteiten die bij het hbo worden ondergebracht. Het hbo staat klaar om deze rollen verder uit te bouwen – mits voorzien van de juiste structurele investeringen in onderzoekscapaciteit en (lab)infrastructuur.
Bijlage: Contactpersoon, projecten en programma’s per sleuteltechnologie